Van achter ’t kotteke van mijn lat
Denken over het ‘muziektheaterfamilieconcert’ “Amai m’n oor!” voor iedereen die kind is (geweest)
Naar wat kijk je nu eigenlijk? Naar theater? Naar een popconcert? Naar een kleinkunstoptreden? Naar een muziektheatervoorstelling?
Geen haan die er nog naar kraait als een voorstelling niet in één ‘kotteke’ gedwongen kan worden. Het enige ‘kotteke’ dat zinvol is voor de nieuwste voorstelling van 4hoog, “Amai mijn oor!”, is het ‘kotteke’ dat een traditionele houten meetlat siert. Net groot genoeg om er met je oog door naar de wereld te priemen. Heerlijk beschermd en weggestoken achter zowat 30 cm stevig hout. Een loflied waardig!
Zulke grappige vondsten, met een gevoelige kern in zich, maken de voorstelling. Er is de grappige ode aan de stinkgas gevende brommer in de broek; het intieme verhaal van het jongetje (Rik Tans) dat uren aan de schoolpoort op zijn busy-papa wachten; de worstrock waar het lieve geschenk van drummer Dannyboy (Danny Van Rietvelde) reden is tot een heus tweekampenduet: Kathleen (Vandenhoudt) vindt dat ze die cadeauworst niet moet aannemen (ze lust geen worst!), terwijl de mannen vinden dat ze die worst gewoon moet naar binnen spelen; de kusjessong waarin men tientallen varianten op kusjes uitbeeldt én bezingt; het tragikomische konijnenlied dat verhaalt over een meisje dat haar witte konijn Fred weg stofzuigde toen ze het witte, pluizige tapijt te ijverig met het stofzuigende gevaarte te lijf ging, ... De hele swingende voorstelling eindigt met een ode aan de oren. Elke toeschouwer wordt uitgenodigd aan het rechteroor van zijn buurman te trekken. Daarmee is de interactie tussen publiek en scène helemaal een feit.
Deze voorstelling is anders dan een concert maar is evenmin een traditionele theatervoorstelling. Het lijkt op theater maken met muziek. Met de muziek en de liederen roept men als het ware hele beelden op in het hoofd van de jonge en wat oudere toeschouwers. Beelden uit het dagelijks leven. Gevoelens verbeeldend waar kinderen mogelijk nog wat meer voor open staan, nog ferm ontdekkend en nieuwsgierig tegenover staan: kussen, windjes laten, het gaatjesperspectief van de meetlat, de liefde voor een wit konijn. Mooi is ook de droom om te trouwen: zodat hij (de speler in Elvispak, Frank Hofmans) dan directeur van Walibi kan worden, terwijl moeder de vrouw (kathleen Vandenhoudt) ambities koestert om Barbie te worden.
In de voorstelling zit allerminst een verhaallijn eerder, zoals bij een concert, een soort van ritmische, muzikale lijn. Een sfeer die refereert aan een kinderleven. De muzikaliteit stuurt de inhoud. De structuur van een concert primeert op de structuur van een theaterverhaal.
Dit is een mooie intentie die echter niet helemaal volledig open bloeide tijdens de première door een nog ietwat zoekende geluidstechniek. Dit is overigens een volstrekt andere voorstelling dan het ook al muzikale “Specht” waar de muziek uit het verhaal en omgekeerd vloeide. Hier maakt de muziek de absolute hoofdtoon uit. De theatrale invulling van de inhoud is vooral onderhuids aanwezig.
Men vertrok duidelijk vanuit een vrij getrouw/conventioneel kindperspectief/beeld, vanuit dagdagelijkse bekommernissen uit een kinderleven. Daar plaatste men dan vinnige muziek onder. Al dan niet humoristisch. Men zocht secuur naar een evenwicht tussen scènebeeld en sfeer waarbij de tristesse van een lied veelal door een beeld humoristisch of relativerend werd ondersteund. Hoewel. Ondersteuning betekent niet dat men de ontroering doodkneep. Het wachtende jongetje, bijvoorbeeld, levert een intriest beeld op dat regisseur Frans Van der Aa niet tot een schrijnend beeld laat uitgroeien. Net door die gepaste ondersteuning. Tot die beeldende ondersteuning draagt ook de stereotiepe aankleding van de spelers veel bij.
Het kiezen voor kostuums die herinneren aan kinderhelden (Tarzan, Presley, Chaplin, Monroe) maakt dat de spelers als het ware tot leven gekomen iconen uit een veilige kinderwereld lijken zonder dat ze dit hoeven te spelen. De kostuums spelen voor de musicerende spelers. Het enige risico dat aan deze uitgesproken kostumering vast hangt, is het op “spél!” spelen van de acteurs. Daar is door de ploeg zichtbaar aan gezwoegd met een verdienstelijk resultaat. Wat inspelen, zich de songs meer eigen maken, zal de rest doen!
Deze figuren stellen de wereld niet zozeer in vraag maar ze spelen, als in een muziekdoos met bewegende figuurtjes, liederen die scherp in het leven van huidige jonge mensen haken. De figuren komen (en gaan) ook letterlijk als spoken uit houten transportkisten (meteen de scenografie) die op hun buitenzijde reeds de teneur van de liedjes verraden: “fragile”, “hot”, “surprise” en “explosive”. Daardoor lijkt deze creatie als een tot leven gewekte kinderdroom, of fantasie waarin de dagdagelijkse dingen als het ware door heldfiguren, moderne mythische figuren uitvergroot en beleefd worden.
Tarzan, als de mogelijke natte droom van een verlegen, ingoed jongetje dat stoer wil zijn. Marilyn Monroes charme als de droom van elk meisje. Charlie Chaplin als de ultieme kompaan van jonge mensen zonder daar betuttelende moeite voor te doen. Elvis Presley als de vleesgeworden aantrekkingskracht die elke vrouw op de knieën krijgt.
Bovendien zijn dit niet zomaar kinderhelden.
Het zijn kinderhelden van de makers. Dat verruimt deze voorstelling voor mensen van 6 tot 93. De makers dachten blijkbaar aan hun kindertijd, hun kind zijn, hun helden terug en puurden hier een familievoorstelling uit die daardoor ook handelt over verloren dromen, pijnlijke momenten, figuren waarin men zichzelf graag spiegelde, ...
Er mochten wel gerust een paar scherpe pijlen meer afgeschoten worden. Iets minder minzaam zijn.
4Hoog is een gezelschap dat het kind in elke mens terug naar boven brengt en bewijst wat iedereen al jaren zou horen te weten: elke mens blijft zichzelf zijn ganse leven, enkel de levenservaring groeit gestaag aan. “Amai mijn oor!” is dus een voorstelling voor jonge en volwassen geworden kinderen. Vanuit die wetenschap maakt 4hoog bewust voorstellingen die een middenweg tussen tristesse en vrolijkheid opzoeken. Onbezonnen huppelend zijn de creaties nooit, diep verdriet wordt minzaam aangeraakt. Dit geeft helder poëtische voorstellingen waar het uitschreeuwen van (emotionele) pijn vaak in zingen/muziek/beeldende poëzie verglijdt. In de recentste voorstellingen, met als king of the road “Specht”, slaagt men er steeds beter in dit evenwicht te bereiken. Want ook minzaamheid behoeft dosering om niet afvlakkend braaf te worden.
In “Amai mijn oor!” was het geschreeuw tijdens de première explicieter maar weinig waardevol aanwezig. Daardoor raakte de scherpte van enkele songs soms iets te sterk overschreeuwd en dus afgestompt. Dit is echter detailkritiek die letterlijk zal dimmen van zodra de voorstelling meer ingespeeld raakt.
“Amai mijn oor!” is een bewonderende kreet die kan geslaakt worden na het beleven van deze productie. Een gezellige voorstelling die staat als een huis, swingt als een zee en de hele familie treft als een bundel vuurpijlen.
Els Van Steenberghe, Urbanmag