Tarzan tongt Marilyn Monroe
4Hoog maakt met ‘amai mijn oor!’ Een swingend theaterconcert
Popgroepjes die toneel maken, muzikanten die een vertelproject doen of acteurs en actrices die zingen, het is allemaal al vertoond. Maar een theatervoorstelling die tegelijk ook een rockconcert is? Amai mijn oor! van 4hoog is het. Regisseur Frans Van der Aa (sinds kort vast artistiek medewerker bij 4hoog) trok met één acteur en drie losse muzikanten een paar weekends naar de Ardennen en werkte samen met hen een swingend podiumproduct uit omtrent primaire kindergevoelens als eenzaam zijn, verliefdheid en angst voor het donker.
Die thema’s worden nochtans pas in tweede instantie vanonder het klanktapijt geschoven. In de eerste plaats is Amai mijn oor! een muzikale trip met veel aandacht voor het flitsende beeld en het spitse taalspel. Zo verschijnen de acteurs-muzikanten in het pakje van een herkenbaar icoon. Elvis Presley (Frank Hofmans) zet meteen de toon met een energieke rocksong die alle nachtelijke spoken moet verdrijven. Tarzan (Danny Van Rietvelde) krijgt algauw last van te veel hormonen en bespringt Marilyn Monroe (Kathleen Vandenhoudt) voor een hartstochtelijke kusscène tegen een schuttinkje. Kneusje Charlie Chaplin (Rik Tans) ziet dat gelaten aan, terwijl hij bij de schoolpoort wacht op zijn ouders die hem vergeten zijn. Goed voor een droevige ballad, tot hij een wind moet laten en alles weer vrolijk wordt om die ‘brommer in de broek’.
Het lijkt er niet op, maar het is allemaal erg goed gedaan. De liedjesteksten gaan even absurd als spitsvondig over herkenbare situaties als ‘eet uwe worst op’. Ze worden in muzikale jasjes gestopt die rijkelijk variëren van moderne rap tot het Vlaamse lied. Daarbij schuwt de groep nergens de grenzen van de ironie. Kathleen vermoordt haar konijntje door het te laten verdwijnen in haar stofzuiger en laat zich even later cynisch uit over hongerende derdewereldkindjes. Dat het blijft werken, komt vooral doordat alle effecten waar dit theaterconcert op drijft, erg precies uitgevoerd worden. Ook al vervalt het met een paar makkelijke ‘blacks’ nog te veel in een nummertjes-vorm, toch gaan muziek en theater op andere momenten glad in elkaar over en op. Zo gladjes zelfs dat je er als toeschouwer(tje) soms helemaal door omvergeblazen wordt.
En laat dat nu juist erg fijn zijn. Zoveel stemming weet deze voorstelling te maken dat je bij het verlaten van de zaal de afsluitende titelsong vrolijk mee loopt te neuriën. En dan weet je het wel. Amai mijn oor! wordt een hit. Het is puur spektakel, maar mét een creatieve inhoud.
Wouter Hillaert, De Morgen